Ervaringsverhaal van Miriam
Het begin
Het begon allemaal met rugpijn en uitval in mijn been. Al snel bleek dat ik onderin mijn rug een stukje wervel mis en dat de onderste wervel afschoof.
De klachten namen in rap tempo toe. Allerlei onderzoeken, lange wachtlijsten en een second opinion hielpen niet. Behandelaren konden mij niet op tijd helpen. Ik kreeg namelijk het advies van vastzetten wervels, maar dan waren we anderhalf jaar verder en zou ik de 2 jaar overschrijden en ontslagen worden. In mijn beleving toen was dat geen optie.
Uiteindelijk kreeg ik een leren korset aangemeten zodat ik in ieder geval kon blijven werken. Want dat was mijn allergrootste wens: blijven werken.
Ik was zelfs verhuisd voor mijn baan. Ik zou meewerken om een nieuwe school op te zetten, een plek waar ik al mijn idealen in kwijt kon.
Een keerpunt: zelf het initiatief nemen
Op mijn eigen initiatief heb ik – inmiddels 30 jaar geleden – een intensieve training gevolgd bij Het RugAdviesCentrum.
Zes weken lang kreeg ik elke dag lichamelijke training, cognitieve gedragstherapie en groepstraining. Het was zwaar, maar ook een belangrijk keerpunt: ik kreeg inzicht in wat er met mij gebeurde en kon mijn aangeleerde (pijn)gedrag aanpassen. Zo ontdekte ik nieuwe mogelijkheden.
Grenzen leren stellen
Ik heb geleerd eerder rustmomenten te nemen.
Ik begreep dat afstand nemen van werk nodig is om overeind te blijven. Toen ik nog werkte, nam ik veel werk mee naar huis. Ik moest leren om grenzen te stellen.
Dit nieuwe gedrag leverde natuurlijk ook problemen op bij collega’s. Zowel het team als ikzelf waren gewend aan overwerken en jezelf wegcijferen. Daar moest ik echt mijn best voor doen om dat anders te leren doen.
Ook de combinatie van mijn werk als interne begeleider én een eigen praktijk voor remedial teaching werd te veel. Ik moest kiezen.
Een moeilijke keuze
Als eerste besloot ik om minder te gaan werken. Maar door veel wisselingen van directeuren en geen klik met mijn leidinggevende verloor ik het plezier in mijn werk. De spanning en druk werd letterlijk te zwaar; mijn lichaam kon het niet meer aan om steeds te schakelen en me aan te passen.
Dat voelde eerst als falen, alsof ik niet paste in deze wereld. De strijd om te mogen zijn wie ik ben…
Uiteindelijk moest de beslissing uit mijzelf komen: ik besloot te stoppen met werken op school en alleen verder te gaan met mijn praktijk.
Later kwamen daar nog twee lesavonden bij op een avondschool, waar volwassenen leerden voor onderwijsassistent of pedagogisch medewerker. Hier kon ik al mijn kennis en ervaring delen.
Mijn praktijk heb ik net voor de coronaperiode afgebouwd en inmiddels ben ik helemaal gestopt met werken, nadat ik opnieuw meer klachten kreeg.
Tegenslagen en inzichten
Tegelijkertijd gebeurde er veel in mijn privéleven. Het verliezen van mijn broer had een enorme impact.
Niet lang daarna brak ik tijdens een vakantie mijn enkel. Dat was het begin van de achteruitgang.
Operaties die ik eerder had uitgesteld, moesten nu toch gebeuren.
Ik ontdekte dat ik in mijn strijd om beter te worden, gevoelens van angst, boosheid en verdriet onbewust had overgeslagen.
Vanuit het RugAdviesCentrum had ik meegekregen om positief te blijven en mezelf overeind te houden.
Inmiddels heb ik geleerd dat ook die andere emoties er mogen zijn.
Mijn partner was een grote steun, net als een paar mensen die echt dichtbij me staan.
Gevoeligheid en communicatie
Ik ben een gevoelig mens en voel veel aan. Dat is een fijne eigenschap in mijn werk als docent, maar het kost ook veel energie.
Nu kan ik daar beter mee omgaan. Een belangrijk inzicht voor mij was om niet in te vullen wat een ander denkt.
Ik leerde om het gewoon te vragen, in plaats van iets aan te nemen.
Ook leerde ik verantwoordelijkheid te nemen: kijken naar wat ik wél kan, in plaats van steeds denken aan wat ik niet meer kan.
Tekenen als hulpmiddel

Het loslaten van mijn perfectionisme was een proces. Als kind tekende ik al graag.
Jaren later begon ik weer met mandala’s maken. Tekenen werd een hulpmiddel, een rustpunt. Als ik een foutje maakte, leerde ik kiezen: uitgummen of laten zitten.
Ik volgde een cursus voor ‘genezend tekenen’. Ik leerde beter naar mezelf te luisteren. Om goed voor mezelf te zorgen. Niet mee te rennen in de drukte van de dag.
Tekenen en cursussen volgen werden mijn manier om tot rust te komen. Ook het zelf lesgeven hierin hielp.
Iets met mijn handen doen, uit mijn hoofd komen.
Kijken naar wat er wél is
Je wordt steeds weer geconfronteerd met wat je niet meer hebt of kunt. Chronische pijn is lichamelijk, mentaal en sociaal soms een eenzame weg. Maar ik heb geleerd te kijken naar wat er wél is.
Wat geeft me plezier, waar word ik blij van? Niemand is altijd 100% gelukkig. Dat is de realiteit.
Maar tevredenheid kun je wél vinden.
Ik ben dankbaar voor de hulpmiddelen die er zijn, zoals mijn elektrische driewieler met rugsteun. Elke keer dat ik daarmee op pad kan, voelt als een cadeau.
Ik blijf op zoek naar informatie. Veel heb ik zelf moeten uitzoeken. Daardoor blijf ik in beweging.
En ik blijf in contact met lotgenoten, mensen die écht begrijpen wat het betekent om te leven met chronische pijn. Want daar zit verbinding. Daar zit herkenning. Daar kun je delen. En in delen zit kracht.